Dit monument neemt ons denken over

geplaatst in: Nieuws, Uit de media | 0

Hieronder een ingezonden brief van Hans van Houwelingen in het het NRC. 26 oktober 2018

Het beoogde Holocaust-monument in Amsterdam dicteert niet alleen de moraal maar zelfs de emotie, schrijft Hans van Houwelingen. Amsterdam, denk nog eens na. 

Bron NRC
Hans van Houwelingen is beeldend kunstenaar en woont en werkt in Amsterdam en Berlijn.

Naar aanleiding van de open brief aan de gemeente Amsterdam over de oprichting van het Nationale Holocaust Monument roept het Auschwitz Comité de ondertekenaars op om nog eens bij zichzelf na te gaan of hun persoonlijke belangen opwegen tegen het belang van de realisatie van dit monument.

Welnu, eigenbelang is niet het motief om de procedures rond de planning aan te vechten. De actievoerders zijn de bureaucratische weg ingeslagen omdat de loketten van het Auschwitz Comité en de gemeente Amsterdam voor een artistiek inhoudelijk gesprek over het monument hermetisch gesloten zijn. Hun eigenlijke punt blijkt meer uit een terloopse bijzin in de reactie van het Auschwitz Comité: „Natuurlijk kun je een andere architect beter vinden of het ontwerp niet mooi vinden, maar…”. De beoordeling van kunst afdoen als een kwestie van smaak. Waar moet je het dan nog over hebben?

Lees het hele artikel op onze website

Wel, laten we eens in Berlijn kijken. In 2005 kwam het Denkmal für die ermordeten Juden Europas van architect Peter Eisenman daar tot stand. Het monument was vijftien jaar eerder geïnitieerd door journaliste Lea Rosh. In 1994 schreef de Bundestag een openbare ontwerpopdracht uit: 528 voorstellen werden ingediend. De jury koos 13 ontwerpen uit om, na maanden discussie, 11 eerder verworpen ontwerpen weer toe te voegen. Uiteindelijk werden twee ontwerpen gekozen die, opnieuw gewogen, beide alsnog werden afgekeurd.

In 1997 werden 25 kunstenaars en architecten uitgenodigd nieuwe ontwerpen te maken. Daar werden drie publieke debatten over georganiseerd. Onder de 4 gekozen ontwerpen bevond zich dat van Peter Eisenman en Richard Serra. Serra trok zich terug; Eisenman veranderde zijn ontwerp diverse keren. Uiteindelijk ontwierp hij het Holocaustmonument.

Boven alle discussie verheven?

In Amsterdam verliep het anders. Na afloop van zijn Auschwitz-lezing in 2011 zei architect Daniel Libeskind, bekend van onder meer het Jüdisches Museum Berlin, tegen het Auschwitz Comité: „Hebben jullie nog geen Nationaal Holocaust Monument? Ik wil het wel ontwerpen.” Het Auschwitz Comité vond dat een goed idee, de gemeente Amsterdam stelde zich formeel op het standpunt geen mening te hebben en louter te faciliteren. Tijdens een besloten presentatie van de ontwerpbrochure in 2016 kwam de vraag waarom er niet over de inhoudelijke overwegingen voor dit ontwerp werd gesproken. De opdrachtgever antwoordde: „Wie zijn wij en wie bent u om Daniel Libeskind de maat te nemen.” Is dit ontwerp boven alle discussie verheven?


Integendeel. Het Vietnam Veterans Memorial dat Maya Lin in 1982 in Washington ontwierp, had een ongekende impact. Tussen de rijzende marmeren gestaltes van het Washington Monument en het Lincoln Memorial daalt de bezoeker mee in de donkere aarde tussen 58.000 ge sneuvelde militairen, van wie de namen in de wanden staan gekerfd. Met de pas beëindigde oorlog nog vers in het geheugen, biedt het monument aan nabestaanden de mogelijkheid hun dierbaren onder het vaderlandse maaiveld op te zoeken. Sindsdien is het succesvolle ontwerp overal gekopieerd en in allerlei variaties klakkeloos als een product voor herdenken toegepast. Waarom zou zo’n beproefd model (een namenmonument) in Amsterdam dan niet geschikt zijn?

Het Auschwitz Comité geeft daarvoor zelf een belangrijke reden. Het is erop gebrand de uitvoering snel te laten plaatsvindem, want „een paar jaar verder is 80 procent van de direct betrokkenen dood”. Ook als het monument nu wordt opgericht, zijn er binnen enkele jaren geen directe nabestaanden meer. De werking van dit type monument berust op de betrokkenheid van individuele nabestaanden met die ene dierbare te midden van de immense tragedie. Verdwijnt dit aspect binnenkort, dan moet het toch een monumentale taak blijven vervullen. Wie worden dan betrokken en hoe?

„Het is behalve een gedenkplaats ook een imposante waarschuwing tegen antisemitisme, racisme en discriminatie”, schrijft het comité. Dit monument dicteert inderdaad de moraal, zelfs de emotie die men wordt geacht te voelen. Al te vaak wordt een monument geplaatst om het denken van de toeschouwers over te nemen – het gedenkt vóór hen. Dictators blinken uit in deze enkelvoudige ordening, de grootsheid van de leider is vertaald in de grootte van zijn standbeeld. De onderdanen kennen hun plaats en hoeven daar verder niet bij stil te staan.

Evenwichtig, doeltreffend en artistiek hoogstaand

In Berlijn hebben ze dit wel goed aangevoeld – nadat er openlijk discussie is gevoerd over wat een monument kan zijn als het gaat om een zo onverwerkbaar gegeven als de Holocaust. Het resultaat van hun procedure is een monument dat evenwichtig is vormgegeven, doeltreffend is in zijn betekenis, de geschiedenis en de toekomst aankan, niet een uitgekauwd format is maar artistiek hoogstaand. Het belangrijkste echter is dat dit ontwerp mensen van alle generaties als ‘direct betrokkenen’ aanspreekt en hen de ruimte geeft om te denken en te her-denken. De voorzitter van het Auschwitz Comité noemt de kritiek op de gang van zaken een ‘gotspe’ en stelt dat hij als opdrachtgever zelf mag bepalen welke architect en welk ontwerp te kiezen voor een Nationaal Holocaust Monument. Het zou fijn zijn als het gemeentebestuur zijn standpunt daarover zou heroverwegen.